Slider09
Slider08
Slider07
Slider06
Slider05
Slider04
Slider03
Slider02
Slider01
previous arrow
next arrow

  &n

 
 GBBT-2011 Eerste etappe Millau – Florac
 
Na de vermoeiende treinreis van gisteren: voor de goede orde, met name geestelijk vermoeiend door zo’n 12 uur gedwongen inactiviteit, en na 4, 5 en voor sommige Bello’s zelfs 6 dagen zonder fiets, waren de ontwenningsverschijnselen tijdens het ontbijt al duidelijk merkbaar: iedereen was vroeger dan de afgesproken tijd en het was meteen duidelijk dat het tijd werd om de pedalen weer eens flink te geselen.
Hoewel, kon dat wel vandaag? De teappe was weliswaar van gemiddelde lengte (119km), maar het hoogteverschil (1150 m) was slechts tweederde van dat van een gemiddelde GBBT-2011 etappe (1700 hoogtemeters) en dan hebben we het nog niet eens over het gemiddelde hoogteverschil in de GBBT-2010 (2500 hm).
Maar daarom niet getreurd: in het slechtste geval zou het een aangename opwarm etappe zijn voor wat nog ging komen en we zouden het fameuze "Viaduc de Millau" vanaf de onderkant kunnen bekijken. En, ook niet mis: we zouden grote stukken rijden langs de mooie oevers en gorges van de Tarn. De enige reden om de Tarn te verlaten was het idee van routemaster Ferry dat er toch nog wel een minimum aan hoogtemeters in deze etappen moest zitten en daarom een in principe vermijdbare klim toch maar had opgenomen in het routeboek; of de naam van die klim daarbij een rol heeft gespeeld (Point Sublime, klinkt goed toch?) blijft Ferry’s geheim. Kortom, er zijn slechtere redenen om zo snel mogelijk op de fiets te willen stappen.
 
De avond tevoren werd Ferry door Fred nog verrast met een gele trui die hij geacht werd te dragen tijdens deze eerste etappeen daarna volgens geheel eigen, niet noodzakelijk bekende, criteria mocht doorgegeven aan een van de andere Bello’s voor de volgende etappe.
Ferry lichtte tijdens het diner ook de eerste etappe nog even toe: in feite was het niet meer dan een aaneenschakeling van koffie-, eet- en andere pauzes waartussen ook nog een paar kilometer gefietst zou moeten worden. Weinig hoogtemeters, mooie omgeving, waarschijnlijk droog, maar wel aan de koele kant, dus konden we ons makkelijk permitteren om op een "herentijd" te starten, nl. 9.00h.
 
Het zal de lezer inmiddels duidelijk zijn dat we ruim voor 9.00h al op de fiets zaten. Geheel in overeenstemming met de opmerkingen van de routemaster, besloot een van de Bello’s al na 1.2km een "Lobello-stop" te introduceren, waarna andere Bello’s de gelegenheid aangrepen om bij de bus nog even wat laatste aanpassingen aan het tenue te verzorgen. Enkele kilometers verder wachtte ons het inmiddels beroemde "Viaduc de Millau" dat vanuit verschillende hoeken uitgebreid werd bekeken. De meer kunstzinnig ingestelde Bello’s bewonderden de fraaie lijnen , terwijl de meer technisch ingestelde Bello’s zich stonden te vergapen aan de technische details van ’s werleds hoogste viaduct.
 
Vanaf nu zou het allemaal nog makkelijker worden, maar de werkelijkheid van de eerste cols was toch een weinig anders: de GBBT-veteranen spraken onafhankelijk van elkaar over de gelijkenis met de eerste Pyreneeen etappe: onverwachte hellingen tot ruim boven de 16%,op de col die als veredeld vals plat was aangekondigd maar wel in een prachtige omgeving met opvallend veel ruime vergezichten.
Tot aan de koffiestop in Le Rozier waren er geen verdere bijzonderheden en om redenen van privicy kan ik hier niet al te veel ingaan op de taferelen die zich tijdens de koffiestop afspeelden, maar moet worden volstaan met de mededeling dat er een opvallende serveerster bij betrokken was.
De klim naar Point Sublime was wonderschoon, niet alleen vanwege de omgeving, maar ook vanwege de rust en de ruime bochten en gelukkig deed de afdaling daar niet voor onder. De lunch op Point Sublime (volgens Ferry tellen die extra kilometers van de weg naar Point Sublime en terug niet mee; de anderen dachten daar anders over) was zoals gebruikelijk goed verzorgd en het uitzicht over de Gorges van de Tarn en veel verder was die paar extra kilometers meer dan waard en dan hebben we het  nog niet eens over de roofvogels (geen van de Bello’s wist deze beslissend te determineren !) die daar door de lucht zweefden.
 
Voor de verdere kilometers naar het hotel gold voor de meeste Bello’s dat het doel van de reis niet was om het hotel te bereiken, nee, het doel was het onderweg zijn in wat volgens Tim Krabbé de mooiste gorges van Frankrijk zijn.
Met een paar kilometer meer (zelfs na een Point Sublime correctie) en zo’n 50% meer hoogtemeters dan beloofd, waren we rond 17.00h in het hotel. 
 
Als afsluiting moet nog vermeld worden dat de gele trui in het begin van de etappe zorgvuldig uit de wind werd gehouden, maar gaandeweg nam de gele trui vaak het initiatief in handen en toonde zo dat hij inderdaad de terechte eerste drage was van dit kleinood en dat de aspirant kandidaat gastfietser Erik zijn rol als hekkensluiters op werkelijk voorbeeldige wijze heeft ingevuld; iedereen die bij Erik in de buurt heeft gefietst weet nu dat Erik op zijn minst tot 12 kan tellen en geen meter bewoog voordat hij 11 andere fietsers voor zich zag.