De 10e juni Rit.
 
Arre en Maarten staan genoeglijk te praten bij de Spar als Rocus en Willem arriveren. De harde zuidwestenwind leidt tot maar 1 conclusie: de Blauwe Kamer. Arre is geheel in het zwart gekleed, doch heeft dit afgerond met de Bello-windstopper zodat een 1-stemmig gekleed blok op weg gaat. Hoewel het in Rheden erg laat is geworden, tonen beide heren echte kerels te zijn en er vandaag opnieuw vol in te willen vliegen. Willem heeft de afgelopen weken het slechte weer gebruikt om zijn wattagetraining verder te verbeteren hetgeen betekent dat hij op diverse momenten zijn neus vooraan laat zien. De schrijver heeft afgelopen twee weken een beetje zitten pielen en rijdt dus overtuigend defensief.
De moederdagtocht wordt zonder Garmin (!) moeiteloos herhaald. Na de Elsberg, Zijpenberg en de Emmapyramide wordt langs de noordzijde van Arnhem en Warnsborn Oosterbeek aangedaan. Opnieuw gaan we langs de spoorlijn naar Wolfheze om via het strakke fietspad langs de A50 naar Heelsum te rijden. Via Renkum dalen we af naar de voet van de Wageningse Berg waar een lekkere sprint bergop wacht. Het drietal heeft zo de vaart in, dat de schrijver van verre afstand de uitslag niet heeft kunnen zien. We dalen Wageningen weer af om vervolgens langs de Nederrijn naar de Blauwe Kamer te rijden. Maarten sleept op kop het gezelschap in ziedende vaart daar naar toe. Bij de analyse in de pauze komen alle zichtbare lijfelijke grimassen van Maarten aan de orde, maar dat is kinnesinne: niemand komt er langs.
 
Bij de Blauwe Kamer zien we dit keer de veerpont klaar liggen zodat we snel aan gene zijde als eersten op een zonovergoten terras plaats kunnen nemen. Arre gooit direct de dobbelsteen op tafel (met een 1) zodat we ons daar later niet meer druk over hoeven te maken. Driemaal koffie, eenmaal thee en vier appelgebak (waarvan maar 1 met slagroom) zorgen voor een goed herstel. Weinig woorden werden besteed aan het Nederlands Elftal, meer woorden voor een BMW, de fraaie prestatie van Maarten’s broer (6x AlpeduZes!) en de roeiboten op het glinsterende water.
 
Hoewel niemand haast heeft, rest er naar de pauze maar 1 ding: met de wind in de rug als een gek de dijk over. Iedereen verricht kopwerk waarbij de snelheid langzaamaan naar de 40 km per uur gaat. Maarten verricht opnieuw ongelooflijk veel werk. Na mijn overmoedige portie kopwerk lukt het niet meer om het drietal bij te houden en ik zie ze langzaam verdwijnen. Gelukkig zijn we bijna bij Arnhem zodat het kwartet wordt hersteld. Om het moreel op te vijzelen verzorg ik het kopwerk tot aan de Pleijroute waarna de sprint de IJsselbrug op plaatsvindt. Op de top van de brug wordt Maarten met een snelheid van 35 km per uur derde, gemeten door nummer vier. Willem laat in het duel met Arre zijn neus vooraan zien. Ontspannen rijden we daarna door naar het fietspad langs de IJssel, waar Rheden aangeeft graag het laatste stuk te willen “uitrijden”. Willem vindt 15 km uitrijden wel erg lang en neemt het kwartet op sleeptouw, en passent de punten pakkend op de laatste col bij de voorheen Rhedense steenfabriek.
 
In Rheden zelf wordt afscheid genomen van twee bikkels, die al aardig klaar zijn voor zowel het dag-, avond- als het nachtprogramma in de Dolomieten. Dieren en Eerbeek maken de afspraak woensdag nog maar eens extra te trainen. Om 12.50 uur zet ik met 101 km op de teller tevreden de fiets tegen het huis aan.
2026860cookie-checkDe 10e j