Een vuurwerk van kleuren tegen de achtergrond van majestueuze rotspartijen en diepe dalen was het decor van het toneel waarop een zevental (deels gast)leden van Club Bello vorige week hebben geacteerd. De discussie over de Club Bello-constructie met leden, adspirantleden, gastleden e.d. laaide soms hoog en bij voortduring op. De verhouding Bello West en Bello Oost, 3 om 3, was daar natuurlijk debet aan. Die discussie krijgt natuurlijk nog een staartje. Voor de uitvoering op dat toneel, de Maratona dles Dolomites, hadden Coen, Eric, Frank, Fred, Rocus, Rijck en Wiebe meer of minder geoefend. Rijck en Eric hadden er zelfs nog een weekje Zwarte Woud tegen aangegooid. Maar hoe, waar en wat je ook oefent, het vooruitzicht op deze 138 km. lange cyclosportieve in combinatie met 4.190 hoogtemeters over 8 passen zorgt toch voor de nodige kriebels in de buik. Redden we dat wel? Maar eerst moeten we naar de zaal waar de uitvoering plaatsvindt, naar de Dolomieten in Italië in Südtirol, waar alles tweetalig (Italiaans en Duits) is aangegeven en waar je met de laatste goed uit de voeten kunt. Rijck heeft in een grijs verleden nog een tijdje in Italië gestudeerd en kon ons in noodgevallen met zijn kennis van het Italiaans uit de brand helpen. De artiestenkamers zijn ondergebracht in hotel Melodia del Bosco in Pedraces, Alta Badia, en straalt Duits/Oostenrijkse degelijkheid uit wat in de praktijk wordt bewezen. De kamers, de keuken, de bediening, en, last but not least, de wijnkaart; het kan niet beter. Op zondag 25 juni reizen Coen, Fred, Rocus en Wiebe af naar Italië, tot hun verrassing uitgezwaaid door Aart B. die in een fietsshirt van de Dolomieten Marathon uit een ver verleden is getooid. Je ziet het hem aan dat hij met weemoed aan die tijd terug denkt. Een tweede verrassing wacht ’s avonds bij aankomst in ons hotel, waar Bouke en Gomy, op rondreis door Italië, het welkomstcomité vormen. Ze gebruiken met ons het diner en voor de overnachting in hun camper mogen ze gebruik maken van het parkeerterrein van het hotel. De volgende (maandag)morgen, als wij klaar staan voor onze eerste rit, krijgen we nog een waarschuwing van hen mee dat het overal wel heel erg steil is. Gelukkig is het mooi weer en we hebben er zin in. Daarna nemen we afscheid van elkaar. Eric en Rijck worden maandagavond in het hotel verwacht en Frank komt ( met zijn familie ) pas donderdag zodat we er met z’n vieren op uit trekken. Voor vandaag staat het zogenaamde Sella-rondje op het programma. Dat is het eerste deel van de marathon die we zondag moeten fietsen en met 55 km. en zo ‘n 2.000 hoogtemeters een mooi opwarmertje. Komend vanaf ons hotel dat op 1.340 meter hoogte ligt, fietsen we naar Corvara. Achter elkaar want de weg is smal en er is veel verkeer. De weg loopt weliswaar vals plat omhoog maar we fietsen in een Club Bello onwaardig rustig tempo omdat we toch allemaal een beetje vrezen voor wat ons te wachten staat. In Corvara beginnen we aan de eerste pas van vandaag, de Passo Campolongo ( door ons vaak verbasterd tot Campagnolo ) op 1.875 meter. Coen die houdt het niet meer en gaat er als een speer vandoor. Met een snelheid van 15 km. op de teller bij een stijging van ruim 6% mag je dat toch wel zo noemen nietwaar? Fred daarentegen klimt op de 23 ( als kleinste tandwiel achter! ) rustig omhoog en hem maken ze de p.. niet lauw. Rocus en Wiebe, met Zwitserland en andere bergervaringen in hun wielerbagage, zitten tussen beide in. Rustig aan dan breekt het lijntje niet. Na enkele kilometers krijgen ze Coen in het vizier die steeds dichterbij komt. Kapot. Ook Coen moet door schade en schande wijs worden hoewel hij op de tweede pas dezelfde fratsen uithaalt. Maar hij is een snelle leerling en kiest daarom de laatste twee passen voor het wiel van Rocus of Wiebe. Voor hem geldt: leren op locatie. Zoals gebruikelijk is het verzamelen geblazen op de toppen van de pas(sen) waar het vooruitzicht van de afdaling lonkt naar Arabba op 1.601 meter. Coen heeft net een aantal motorrijlessen achter de rug en dat verklaart misschien zijn daalsnelheid. De anderen doen het wat rustiger aan. Tussen de 50 en 60 km. p/u is snel genoeg. Maar hoe je de daling ook invult, het is en blijft een fantastische belevenis om op een paar van die smalle bandjes de snelheid te ervaren en, hoewel je het niet zou verwachten, ook nog de indrukken van het imposante berglandschap in je op te nemen. Prachtig! Aan de voet wacht de klim naar de Passo Pordoi op 2.239 meter. Een lastige, maar we raken gewend aan de ijle lucht, beginnen ( op Coen na, die het nog maar eens probeert met dezelfde gevolgen ) ons ritme te vinden en er plezier in te krijgen. Boven is het tijd voor koffie. Lekker even de benen strekken, bijkomen en de bidons vullen. Want het is warm en de zweetdruppels moeten met water worden gecompenseerd. Daarna dalen we af naar 1.808 meter waarna we beginnen aan de klim van de Passo Sella op 2.244 meter. De meest lastige van de dag. Of begint de vermoeidheid een rol te spelen? In ieder geval gaan er stemmen op die aandringen op koffie met gebak. Aan de voet van de Sella, dat lijkt ons wel wat. Maar daar, op 1.871 meter, gaan we zonder een restaurantje te zien de bocht om en volgt de klim naar de laatste pas van vandaag, de Passo Gardena op 2121 meter. Gelukkig komen we op 1.958 meter hoogte een restaurantje tegen waar we aanleggen. Vanaf het terras hebben we een geweldig uitzicht op het berglandschap en dat, in combinatie met de vooortreffelijke koffie, het heerlijke gebak en goed smakende lunchgerechten maakt dat we voldaan verder kunnen. Coen heeft zijn lesje geleerd en kiest het wiel van Rocus ( die steeds beter in zijn ritme komt; het spinnen werpt zijn vruchten af ) of Wiebe. Fred vormt de achterhoede maar het genieten van deze vakantie vergoedt de pijn van het lijden. Het lijden, mede veroorzaakt door de “23” , daar gaat hij wat aan doen! Op de top van de Passo Gardena rest ons nog de afdaling, in één rechte lijn naar het hotel waar we Eric en Rijck met een biertje op het terras aantreffen. Tijdens het diner worden de plannen voor dinsdag besproken. Coen, Fred, Rocus en Wiebe lassen een relatieve rustdag in en Eric en Rijck, die twee jaar geleden hier ook verbleven, opperen enkele mogelijkheden ( o.a. museumbezoek) om de dag door te komen. Zij willen zelf het Sella-rondje gaan fietsen. Ook komt de verslaglegging ter sprake. De plannen om dagverslagen te maken en deze rechtstreeks op de website van Club Bello te plaatsen gaan de mist in. Volgens een door Eric ingesteld onderzoek is er geen adsl verbinding in het hotel en is het verzenden van volumineuze teksten via de telefoon nauwelijks te doen. Ook staan er geen van ongeduld trappelende vrijwilligers op om de verslagen te maken. We komen in een impasse terecht. Onze webmaster wordt node gemist. De dinsdag wordt ongeveer doorgebracht zoals tijdens het diner besproken. Woensdag wordt ingeruimd voor het “grote rondje “, het tweede deel van de marathon die al met al uitkomt op zo ‘n 80 km en ruim 2.000 hoogtemeters. Hoewel het er ’s morgens om een uur of half zes niet naar uitziet dat die plannen verwezenlijkt kunnen worden. We worden wakker van de hoosbuien, windstoten en felle donderslagen. Maar kort na het ontbijt trekt het weer bij en kunnen we vertrekken. Ook nu is er de aanloop naar de Campolongo op welke pas we op voorstel van Eric zullen gaan koffiedrinken. Coen en Wiebe raken verzeild in een groepje rustig omhoog fietsende Italianen van gevorderde leeftijd. Met behulp van handen en voeten wordt geprobeerd met elkaar te converseren, een conversatie die uiteindelijk uitmondt in het gezamenlijk zingen van allerlei Italiaanse liederen uit de tijd van Rocco Granata en “Volare” als grote hit. Daarbij bezigt Wiebe woorden die de Italianen in schaterlachen doen uitbarsten. Jammer dat we op de top van de Campolongo afscheid moeten nemen hoewel we ze later op de top van de Giau nog een keer ontmoeten. In Arabba gaan we deze keer linksom, maar niet na een fikse regenbui te hebben afgewacht in een met zeil overdekt terras waarvan de uitbater niet blij was met die zomaar bij hem binnen fietsende renners. De fooi die we gaven na het gebruik van een consumptie kon dan ook niet in alle ogen genade vinden. Van Arabba naar de voet van de Passo Giau is ongeveer 25 km. Met wat klimmetjes onderweg met de Colle Santa Lucia (1.484 meter ) als merkbaar aanwezige, daal je heel geleidelijk van 1601 meter naar 1304 meter Je kijkt onderweg je ogen uit op een diep dal met kleurrijke dorpjes en schitterende vergezichten. Uiteindelijk kom je uit aan de voet van de Passo Giau op 1.314 meter waar de klim begint naar 2.236 meter. Om precies te zijn 9,9 kilometer fietsen waarin 922 meter hoogteverschil moet worden overbrugd. Gemiddeld dus 9,3% met maar kleine afwijkingen naar boven en beneden, nagenoeg geen bochten waar je op verhaal kunt komen en de hitte als toegift. Op deze door iedereen gevreesde pas ben je helemaal aan jezelf overgeleverd, en zoekt iedere renner stoempend en steunend zijn weg naar de top. Het is ons allemaal gelukt. Met Rijck en Eric voorop, de training in het Zwarte Woud heeft hen geen sterk gemaakt, arriveren vervolgens Coen, Rocus en Wiebe vlak na elkaar en Fred niet eens op grote afstand. Maar die “23” heeft het hem niet gemakkelijk gemaakt. Hij vreest de marathon van zondag aanstaande en denkt erover de 106 km. versie te nemen. Ook de plannen om het verzet te veranderen krijgen verder vorm. Maar we zijn er nog niet, want na de afdaling van de Giau tot 1.535 meter krijgen we nog de Passo Falzarego met in het verlengde daarvan de Passo Valparola die klimt tot 2200 meter. Dat betekent al met al ook nog eens 665 meter klimmen. Dus verzorgen we ons goed met drinken en eten alvorens verder te gaan. De laatste pas(sen) zijn met 5,3% gemiddelde stijging aangenaam om te fietsen, mede in de wetenschap dat, eenmaal boven, de afdaling van 15 km. tot in het hotel heerlijk thuiskomen betekent. Wel ruimen we even tijd in voor een mooie fietsenzaak onderweg waar door deze en gene wat zaken worden aangekocht die de fietsvreugde verder moeten verhogen. ’s Avonds meldt Frank zich en hij en zijn familie blijven eten in het hotel en schuiven aan bij de koffie. Wat het plezier ook verhoogt is een lekker biertje voor en/of na de douche en de heerlijk wijnen van Südtiroolse druiven tijdens het diner. Het verhoogt de sfeer aan tafel en maakt het gemakkelijker de plannen voor de volgende dag te smeden. Eric en Rijck hebben voor donderdag een mooie route op het oog. Een laatste test want, zo laten we ons voorlichten, dan gaan we vrijdag en zaterdag niet fietsen zodat we zondag uitgerust aan de start komen. En zij zijn ervaringsdeskundigen nietwaar? Helaas gooien de weergoden roet in het eten. Ook nu worden we, evenals dinsdagmorgen, vroeg gewekt door regen- en onweersbuiten met dit verschil dat het er naar uitziet dat het de hele dag zal aanhouden. Dus worden de plannen bijgesteld. Coen, Fred, Rocus en Wiebe besluiten, wederom op voorstel van Eric en Rijck die dat voor twee jaar ook hebben gedaan, een bezoek te brengen aan het Südtiroler Archäologiemuseum in Bozen ( Bolzano ) , speciaal om “der Mann aus dem Eis “ ( Otzi) te aanschouwen. De aanbrengers van dit voorstel blijven in het hotel en hopen op een zodanige weersverbetering dat er nog een klein stukje kan worden gefietst. Dat is later op de dag ook gelukt maar door een verdwaalde bui zijn ze toch nog kletsnat geworden. Zo ook de museumbezoekers, zij het in mindere mate, want de paraplus boden onvoldoende dekking tegen de gestaag neerstromende regen. Het museumbezoek was de moeite waard en verder werd de dag gevuld met een natje en een droogje op zijn tijd. De bijstelling bracht tevens met zich mee dat de laatste test wel op vrijdag moest plaatsvinden. Een gedeelte van de marathon werd in Bello-tenue in omgekeerde volgorde gefietst, maar met een kleine 60 km. en 1.400 hoogtemeters werden we er niet al te moe van. Behalve Fred die het met zijn “23” te moeilijk kreeg en het na de koffie op de Passo de Falzarego voor gezien hield. Rocus sloot zich bij hem aan. Hij had zijn dag niet en wilde zich niet al te vele vermoeien. Fred had er schoon genoeg van. Dus vervoegde hij zich bij de lokale fietsenmaker ( die ook de fiets van Eric al onderhanden had gehad ) met het verzoek een “27” te monteren. Nou, dat kreeg de beste man niet voor elkaar. Wel een “30” ( achter dus hé ) zodat Fred 1 op 1 kon gaan fietsen. Hij was niet blij met de uitvoering en ook niet met de kosten die dat met zich meebracht. En nog veel minder met de grappen die er over werden gemaakt. Zoals dat hij thuis kon vertellen dat hij op de “grote plaat” de Giau op was gefietst en dat een dicht achterwiel toch ook zijn voordelen had. En in de fietsenstalling zag hij tot zijn schrik dat alleen de vrouwenfietsen hier en daar met een 30 waren uitgerust. Vrijdagavond werden de startbescheiden gehaald. Bijzonder hieraan was dat op het stuurbord ( met chip ) en ook op het rugnummer de naam van de deelnemer was vermeld. Een fietsshirt en nog wat andere dingetjes maakte deel uit van de inhoud van de tas die werd uitgereikt. Rondom de plek van uitgifte was een hele markt georganiseerd gericht op fietsen en alles wat daarbij komt kijken. Niet zoveel bijzonders eigenlijk maar wel een spektakel dat er bij hoort. Zaterdag brengen we in gepaste rust door. Het rondje dat we donderdag zouden gaan fietsen besluiten we met de auto te doen zodat we de rotsformatie Marmolada van dichtbij kunnen aanschouwen en tevens het smeedwerk van lokale kunstenaars in Sottoguda kunnen bewonderen. Onderweg daar naartoe komen we in een prachtig restaurantje terecht waar we de lunch, voornamelijk funghigerechten, gebruiken. Heerlijk. Slechts een koele fles witte wijn ontbreekt maar dat menen we ons met het oog op zondag niet te kunnen permitteren. De zaterdag wordt verder doorgebracht met het in gereedheid brengen van de fietsen, ons er over verwonderend dat sommigen die tot in detail schoonmaken. Er wordt nog een bezoekje aan de fietsmarkt gebracht, aldaar nog wat inkopen gedaan, Fred test zijn “30” en is zeer tevreden, Rocus installeert een nieuw tellertje, er wordt wat gelezen en de uitrusting voor morgen, de grote dag, wordt bij elkaar gedacht en klaargelegd. Het weer ziet er prima uit en dat scheelt een hoop kopzorgen. Zondag loopt de wekker al vroeg af want half zes moeten we op de fiets zitten om om kwart over zes te kunnen vertrekken. Maar daar gaat douchen, aankleden, ontbijten en toch wel wat zenuwachtig nadenken of je helemaal klaar bent, aan vooraf. Maar dat lukt allemaal en tegen zessen rijden we ons startvak in. Met nummers in de buurt van de 1.800 ( op 9.000 deelnemers ) mooi vooraan. Het is een drukte van belang en de boven het parcours cirkelende helicopters die rechtstreeks op RAI 3 van het evenement verslag doen geven er de sfeer aan van een touretappe. De namen op de rugnummers geven een beeld van de landen waarvan zij afkomstig zijn. Grofweg 50% Italianen, 25% Duitsers, 12% Nederlanders en dan verder van all over the world. Om 10 minuten voor half zeven rijden we over de meetmat en zoekt iedereen zijn weg over de 138 km. lange, voor al het andere verkeer afgesloten, Dolomieten Marathon met 8 aansprekende passen, samen goed voor bijna 4.200 hoogtemeters. Rijck en Eric zijn al snel uit het zicht verdwenen. Zo ook Rocus, helemaal hersteld blijkbaar, die na 60 km. helaas moet opgeven wegens pech. De velg van zijn achterwiel is gescheurd en op korte termijn niet reparabel. Gelukkig maar dat er geen ongelukken mee zijn gebeurd. Frank nestelt zich tussen Rijck en Eric. Coen en Wiebe rijden de hele marathon goeddeels bij elkaar in de buurt en Fred ( dankzij de “30” ) sluit de rij. We hebben minder oog voor al het moois onderweg en gezamenlijk gezellig koffiedrinken en lunchen is er al helemaal niet bij. Maar zo ’n prestatiegerichte tocht aan het eind van een prachtige trainingsweek heeft toch ook wel weer wat. Op Rocus na dus weten we allemaal de marathon binnen de tijd uit te rijden. Rijck heeft ze nog even op een rijtje gezet en er enkele conclusies aan verbonden. Uitslagen Maratona: 1. Rijck (7.24.53), 187e van de groep van 50-57 (totaal 529) 2039e van totaal 3772 (tot.aantal deeln.heren 138 km. ) 2. Frank (7.47.55), 674e van de groep van 43-49 (totaal 1014) 2537e van totaal 3772 3. Eric (8.08.26), 347e van de groep van 50-57 (totaal 529) 2858e van totaal 3772 4. Coen (8.40.32), 441e van de groep van 50-57 (totaal 529) 3340e van totaal 3772 5. Wiebe (8.45.31), 159e van de groep van 58-65 (totaal 194) 3406e van totaal 3772 6. Fred (9.32.01), 514e van de groep van 50-57 (totaal 529); 3709e van totaal 3772 Enkele conclusies: 1. De kleine groep van Wiebe was relatief erg sterk; de 60 plussers zijn niet zwakker dan de groep daaronder. Blijven fietsen dus, het is gezond. 2. Na Fred zijn er nog 63 (!) renners binnengekomen waarvan nog 15 ongeveer even oud. 3. Frank heeft geen voorbereiding nodig gehad. 4. We hebben allemaal mooie tijden neergezet! Rijck. De pilsjes na afloop zijn verdiend en smaken prima. Zo ook het laatste avondmaal en de flessen wijn die er bij worden geschonken. Een mooie week zit er op en de voorbereidingen voor het vertrek worden in gang gezet. Maandag tegen negen uur rijden we weg. Drie auto ‘s, zes mensen. Nagenietend van een Bello-week, net zoals de afgelopen tien jaar zonder wanklank, met veel fietsplezier en culinaire geneugten, inspannend en ontspannend tegelijk. Leve Club Bello! PS: De foto’s van de Maratona dles Dolomites staan in het Fotoalbum van club BELLO (achter het wachtwoord). Webmaster.
2031770cookie-checkEen vuurwe