De hel van Wageningen (Jan Jansen Classic): Wiebe, Arre en ik hebben gisteren de Hel van Wageningen gefietst. De hel kwam vooral van een drietal hevige slagregens, die wij onderweg mochten ondervinden. Wij hebben ons getroost bij de gedachte, dat dit een uitstekende voorbereiding voor de Marmotte was. Ik ben om half zeven weggefietst uit Wageningen voor een eerste lus van 50 km van in totaal 200 km. In deze vroege ochtenduurtjes was ik echt een eenzame fietser, wat tot gevolg had, dat ik tot twee keer toe een pijl miste en 6 extra kilometers op mijn bordje kreeg. Arre en Wiebe hielden het op 150 km en waren van plan om om half acht te starten. Arre moest nog een nachtdienst draaien en wilde op een latere tijd vertrekken en het tot 150 km beperken. Door motorpech met Wiebe?s auto werd dat acht uur. Ik was toen al zo?n 36 km onderweg (+6 omgereden kilometers). Bij kilometer 50 zou ik weer op het vertrekpunt in Wageningen terugkomen, zodat ik zo?n 14 km op Wiebe en Arre achter lag. Wiebe onderhield het telefonische contact met mij en al gauw (Kop van Deelen; voor mij km 102) dat mijn achterstand maar langzaam kleiner werd (op dat moment 8 km). Ik had inmiddels mijn regenjas na de eerste 30 km tot heuptasje omgebouwd en bij km 87 vanwege hevige regenval weer tot regenjas. Nadat de weg droog werd, weer ombouwen tot heuptasje en zo zou dat gedurende de dag nog enkele keren vaker voorkomen, tot ik besloot om de laatste 40 kilometer de jas maar aan te houden. Arre en Wiebe besloten in Loenen (voor hen na zo?n 80 kilometer; voor mij na 136 km), dat zij mij uit mijn achtervolgingslijden wilden verlossen. Ik lag op dat moment nog steeds 8 kilometer achter, ondanks mijn inspanningen om glooiend omhoog het tempo goed vast te houden. Ik was inmiddels redelijk opgebrand en kon met moeite (en soms helemaal niet) aanklampen bij Wiebe en Arre. Na 206 km kwam ik uiteindelijk weer terug in Wageningen. De twee fietsgenoten zagen er toen aanmerkelijk frisser uit. Zij hebben weliswaar 56 kilometer minder gefietst, maar ook wat meer inhoud dan ik. Als training voor de Marmotte (mijn langste afstand dit seizoen was 188 km) is zaterdag dus helemaal geslaagd. Ik heb het gevoel, dat ik op 3 juli ook bij wat minder weer (geen temperaturen van om het vriespunt en natte sneeuw), de tocht moet kunnen uitrijden. Gezien mijn inhoud en niet geheel geslaagde seizoensvoorbereiding zal er ook niet veel meer inzitten. De tocht van 200 km ging over 48 heuvels met o.a. de Amerongseberg, de Grebbeberg, De Bennekomseberg, de Doorwerthseberg en de Menthenberg. Verder de Kluizenaarsberg en het Rozendaalseveld, via de Kop van Deelen , Hoog Baarlo naar de Woeste Hoeve. Tenslotte van de achterkant over de Loenermark, de Lange Juffer, het Rozenbos, Koepel de Kaap, Zijpenberg en Emmapyramide en via de Paasberg en de Menthenberg over de Wageningseberg weer terug. Een prachtig uitgezette tocht, waarbij naar mijn gevoel geen heuveltje overgeslagen werd. Mijn cijfers: Afstand: 206 km. Gemiddeld: 26,3 km/uur. Totaal onderweg 9:15 uur, waarvan 7:45 op de fiets. Hoogtemeters: 1650 en energieverbruik: 4039 Kjoule. Dit is ca 83% van de energie welke nodig is voor de Marmotte (bij 80 kg lichaamsgewicht en een netto eindtijd van 10:32 uur). Je zit tijdens de Marmotte dan wel 2 uur en drie kwartier langer op de fiets en moet dus ook nog 20 % extra energie leveren. Als een man bent, tussen de 50 en 60 jaar oud en onderweg niet langer dan een uur pauzeert, dan levert dat echter wel zilver op. Voor Arre en Wiebe: Jullie 150 km staat ongeveer gelijk met 61% van de Marmotte onder de hiervoor beschreven omstandigheden.
2033240cookie-checkDe hel van